Kasteel te Coevorden, het enige in Drenthe.

06-02-2013

Het kasteel wordt afgebeeld op de Drentse vlag en is tevens het enige kasteel dat Drenthe rijk is. Coevorden is ontstaan bij een doorwaadbare plaats in het moeras. Zo’n plaats heet in het Oudsaksisch een ‘voorde’, en zo is de naam Coevorden ontstaan. Tussen alle veenmoerassen vormde deze voorde een stragische punt op de doorgangsroute van Friesland en

Deze route was zeer in trek en al snel werd er een versterking gebouwd die uitgroeide tot een kasteel met een vestingstad. De stad kreeg ook een belangrijke markt- en handelsfunctie. De strategische ligging van de stad leverde economisch gezien veel op.

Het kasteel werd in 1024 gebouwd als burg voor de ambtenaren van het graafschap Drenthe. Dat behelsde toen behalve de huidige provincie Drenthe ook nog een deel van Groningen. Coevorden was in die tijd een belangrijke plaats, omdat het als enig toegankelijk gebied tussen de moerassen lag.

Het kasteel werd tot 1402 bewoond door burggraven die door erfelijke opvolging het gebied regeren als onderdeel van het Utrechtse bisdom. Omdat Utrecht tamelijk ver weg is, genoten de burggraven een grote mate van autonomie. Dit stopte in 1402 toen bisschop Frederik van Blankenheim het gebouw ontruimde en grondig verbouwde. Vanaf dat moment had de 'burg' de naam: 'castrum'. In 1522 werd het kasteel opnieuw grondig verbouwd, toen door Hertog Karel van Gelre.

Over het gebruik van het kasteel in die tijd is weinig bekend. Wel is bekend dat het kasteel diverse keren slachtoffer was van belegeringen. In de zeventiende eeuw werd het kasteel achtereenvolgens gebruikt als gouverneurshuis, militair ziekenhuis en gemeentehuis.

Toen in 1795 de Bataafse Revolutie uitbrak werd het kasteel geveild en door twee particulieren gekocht. Zij sloopten allerlei delen van het kasteel, waaronder de toren. Daardoor verzakte het kasteel door de jaren heen. In 1938 werd het kasteel gekocht door de gemeente Coevorden om het te restaureren. In 1972 is de restauratie afgerond.

terug